Naar de inhoud

37 weergaven0 reacties

“Het leven van de Profeet ﷺ in zijn graf is verzonnen”

De bewering — Soufiane Abu Abdillah:

“Waarom gingen ze niet naar de Profeet dan? Om met hem te spreken alsof hij nog — tussen haakjes — ‘in leven was’, zoals sommigen dat hebben verzonnen? Khalās, er is geen contact meer tussen onze wereld en de wereld waar de Profeet in ligt.”

Let op het woordje verzonnen. Daarmee verklaart hij niet zomaar een misvatting tot onzin — hij verklaart een vaststaand geloofspunt van ahl al-sunnah tot een verzinsel. En dat geloofspunt staat, ironisch genoeg, in Ṣaḥīḥ Muslim.

Qurʾān — het uitgangspunt: zelfs gewone martelaren zijn niet dood:

﴿وَلَا تَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ قُتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمْوَٰتًۢا ۚ بَلْ أَحْيَآءٌ عِندَ رَبِّهِمْ يُرْزَقُونَ﴾“En denk niet dat zij die op de weg van Allah gedood zijn dood zijn; nee, zij leven, bij hun Heer, en worden voorzien.”— 3:169

Als de sjuhadāʾ leven, dan de profeten — die in rang boven hen staan — des te meer. Dit is geen sentiment; het is de redenering van de geleerden zelf.

Sunnah — en de Profeet heeft het met zoveel woorden gezegd:

«الأَنْبِيَاءُ أَحْيَاءٌ فِي قُبُورِهِمْ يُصَلُّونَ»“De profeten zijn levend in hun graven, en zij bidden.”— al-Bayhaqī (ṣaḥīḥ; Ibn Ḥajar stemt ermee in)

En hij zág het zelf, tijdens de Isrāʾ:

«مَرَرْتُ عَلَى مُوسَى وَهُوَ يُصَلِّي فِي قَبْرِهِ»“Ik kwam langs Mūsā, en hij stond te bidden in zijn graf.”— Ṣaḥīḥ Muslim 2375

Let op het woord “in zijn graf”. Was dit slechts een leven van de ziel, dan zou de plek niet genoemd zijn. En over zijn eigen lichaam :

«إِنَّ اللَّهَ حَرَّمَ عَلَى الأَرْضِ أَنْ تَأْكُلَ أَجْسَادَ الأَنْبِيَاءِ»“Voorwaar, Allah heeft het de aarde verboden de lichamen van de profeten te verteren.”— Abū Dāwūd 1047

In dezelfde overlevering staat dat onze ṣalawāt hem worden voorgelegd — wat onmogelijk is bij een lichaam waar “geen contact” mee bestaat.

De geleerden — wie noemt dit “verzonnen”? Want de imāms schreven er hele werken over:

  • al-Bayhaqī : een apart traktaat, Ḥayāt al-Anbiyāʾ fī Qubūrihim (“Het leven van de profeten in hun graven”).
  • al-Suyūṭī : een eigen verhandeling, Inbāʾ al-Adhkiyāʾ bi-Ḥayāt al-Anbiyāʾ.

De geleerden noemden de barzakh-levenheid van de Profeet zelfs ʿilman qaṭʿiyyan — kennis die met zekerheid vaststaat.


Hij zegt “khalās, er is geen contact” en noemt het leven van de Profeet een verzinsel. Maar dat “verzinsel” staat in Ṣaḥīḥ Muslim, uit de mond van de Profeet zelf, en kreeg eigen boeken van al-Bayhaqī en al-Suyūṭī. Het enige wat hier verzonnen is, is zijn zekerheid.

Reacties

Nog geen reacties.

Reageren

Schrijf eerst een reactie.

Deze naam komt boven je reactie te staan.Vul de naam in die boven je reactie moet komen.