Naar de inhoud

4 weergaven0 reacties

“Onze daden worden niet aan de Profeet ﷺ voorgelegd”

De bewering — Soufiane Abu Abdillah:

“Dat sommigen zeggen dat onze daden aan de Profeet worden voorgelegd, klopt niet. Onze daden worden voorgelegd aan wie? Aan Allah . Het enige wat aan de Profeet wordt verteld is… de ṣalawāt.”

Hij stelt een keuze voor: óf aan Allah , óf aan de Profeet . Maar dat is een tegenstelling die hij zelf verzint — de Qurʾān stelt ze juist náást elkaar.

Qurʾān — let op wie er genoemd worden:

﴿وَقُلِ ٱعْمَلُوا۟ فَسَيَرَى ٱللَّهُ عَمَلَكُمْ وَرَسُولُهُۥ وَٱلْمُؤْمِنُونَ﴾“En zeg: verricht [daden], want Allah zal jullie daden zien, en Zijn Boodschapper, en de gelovigen.”— 9:105

Allah , én Zijn Boodschapper , én de gelovigen. Het vers noemt de Profeet uitdrukkelijk als iemand die de daden ziet. “Alleen aan Allah” staat er dus niet — het tegenovergestelde staat er.

Sunnah — en de Profeet benoemde het mechanisme zelf:

«حَيَاتِي خَيْرٌ لَكُمْ … وَمَمَاتِي خَيْرٌ لَكُمْ، تُعْرَضُ عَلَيَّ أَعْمَالُكُمْ، فَمَا رَأَيْتُ مِنْ خَيْرٍ حَمِدْتُ اللَّهَ، وَمَا رَأَيْتُ مِنْ شَرٍّ اسْتَغْفَرْتُ اللَّهَ لَكُمْ»“Mijn leven is goed voor jullie … en mijn dood is goed voor jullie: jullie daden worden mij voorgelegd; zie ik er goeds in, dan prijs ik Allah, en zie ik er kwaad in, dan vraag ik Allah om vergeving voor jullie.”— al-Bazzār (Ibn Masʿūd)

Dit is exact het punt dat hij ontkent — woordelijk: “jullie daden worden mij voorgelegd.”

Zijn eigen concessie — hij geeft toe dat de ṣalawāt de Profeet wél bereiken. Daarmee erkent hij het hele principe: dat Allah na zijn dood dingen aan hem voorlegt. Hij twist dus niet meer over het of, alleen nog over het hoeveel. En de reikwijdte daarvan bepalen de teksten — niet zijn gevoel.

De geleerden — wie de overlevering “tuʿraḍu ʿalayya aʿmālukum” sound verklaarden, is geen kleine groep: al-Haythamī (de overleveraars zijn die van de Ṣaḥīḥ), al-Suyūṭī , al-ʿIrāqī , al-Qasṭallānī (de commentator van al-Bukhārī), Mullā ʿAlī al-Qārī en al-Munāwī . Een ḥadīth die door deze meesters wordt aanvaard, veeg je niet weg met “klopt niet.”


Hij vraagt: “voorgelegd aan wie? Aan Allah.” Correct. Maar in dezelfde adem waarin Allah dat zegt, voegt Híj eraan toe: “en Zijn Boodschapper.” (9:105) Soufiane dwong een keuze af die de Qurʾān nooit heeft gemaakt — en koos toen ook nog de helft die het vers expliciet weerspreekt.

Reacties

Nog geen reacties.

Reageren

Schrijf eerst een reactie.

Deze naam komt boven je reactie te staan.Vul de naam in die boven je reactie moet komen.